De Rosmolen

In deze periode wordt er hard gewerkt aan het plaatsen van de Rosmolen. De mannen van 102 Constructiecompagnie uit Wezep hebben de poeren inmiddels op de juiste plek geplaatst en zijn begonnen met de opbouw. Naast het museum hebben ze voor de komende weken een werkshelter geplaatst en proberen het project de komende week af te ronden. Na de nodige jaren van voorbereiden en de nodige hindernissen gaan we ervan uit dat het helemaal goed gaat komen.

Hieronder staat een verklarende tekst over kruit- en rosmolens.


Een kruitmolen werd vroeger gebruikt voor het maken van buskruit. Er waren rosmolens voor het maken van kruit en water- of windgedreven kruitmolens.

De kruitmolen had net als een oliemolen stampers en kantstenen op een doodbed. De stampers hadden geen ijzeren delen in verband met explosiegevaar bij vonken.

De stoffen voor de samenstelling van het buskruit werden in het begin tot poeder gestampt. Later is men hiervoor kantstenen gaan gebruiken. Vervolgens werden de stoffen vochtig gemaakt en met de stampers en later met de kantstenen gemengd tot een taaie, grijze brij. Deze brij werd tot korrels of tot platte koeken geperst en gedroogd bij met leem dichtgesmeerde ovens. Het kruit bestemd voor jachtgeweren werd daarna nog gepolijst in door de molen aangedreven houten trommels.

Een rosmolen is een molen waarbij de aandrijving kracht wordt geleverd door een paard(ros) of een ezel. In het verleden waren er boerderijen die zelf een rosmolen hadden maar meestal stond er in een dorp een grotere rosmolen, vaak aangedreven door twee paarden. Rosmolens werden soms gebouwd om het windrecht van een banmolen te omzeilen.

Het principe van het malen is hetzelfde als bij andere molens. De rosmolen werd voor uiteenlopende doeleinden gebruikt: het malen van graan tot meel, het uitpersen van zaden tot olie, het karnenvan boter of bemaling van water. De grotere rosmolens waren bouwsels waarin de molenstenen over elkaar rolden of schuurden, terwijl het paard of het stel paarden buiten het bouwwerk liep. De aandrijving gebeurde dan via een balk die aan de top van het dak bevestigd was en waaraan verticaal naar beneden een 'boom' bevestigd was waaraan beneden een tandwielmechanisme was gemaakt.

Een kruitmolenwerd vroeger gebruikt voor het maken van buskruit. Er waren rosmolens voor het maken van kruit en water- of windgedreven kruitmolens.

De kruitmolen had net als een oliemolen stampers en kantsten op een doodbed. De stampers hadden geen ijzeren delen in verband met explosiegevaar bij vonken.

De stoffen voor de samenstelling van het buskruit werden in het begin tot poeder gestampt. Later is men hiervoor kantstenen gaan gebruiken. Vervolgens werden de stoffen vochtig gemaakt en met de stampers en later met de kantstenen gemengd tot een taaie, grijze brij. Deze brij werd tot korrels of tot platte koeken geperst en gedroogd bij met leem dichtgesmeerde ovens. Het kruit bestemd voor jachtgeweren werd daarna nog gepolijst in door de molen aangedreven houten trommels.

Stuur ons een e-mailBel nuVind ons